Blog

2015, Het jaar van de bodem
Door Ellen de Haan, augustus 2015

Nog steeds is het dit jaar het Jaar van de Bodem. Eigenlijk realiseer ik
me dat niet zo. Ik ben wel dag in, dag uit met de bodem bezig, en het
verveelt me geen moment. Ook al ben ik me er niet steeds van
bewust, toch lever ik daarmee een bijdrage aan een duurzame
tuinbouw. Die richting moeten we toch uit, als we de aarde in goede
staat willen overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen. Verbeter
de aarde, begin bij je tuin! Dat dus.

Van de winter had ik het nummer van de paardenbezitters gebeld en
die kwamen gratis een grote berg paardenstront brengen. Zij blij dat
ze het kwijt kunnen, ik blij dat dat bij mij is. Daarna kwam er in
februari van dit jaar nog een bergje tuinturf van de gemeente bij.
Ik heb het niet ondergespit, want die rotgrond van vorig jaar wilde ik
letterlijk niet meer zien. Dus heb ik de boel gewoon uitgespreid over
de oude grond.

En in de nieuwe grond heb ik geplant en gezaaid.
Tuinbonen, erwten, snijbiet en sla; leeuwenbek en hemelroosje.
En wat kwam er op? Koolraap, lof, schorseneren en prei.
Nee hoor, grapje.

Maar wat er opkwam was om te beginnen toch echt
niet wat ik had gezaaid. Klein hoefblad, paardebloem. boterbloem,
zilverschoon, hopklaver, sikkelklaver, kattestaart, vergeet-mij-niet,
wilde margriet, wilde haver, koolzaad, dagkoekoeksbloem, raai,
robertskruid, smalle weegbree, kamille (echte) en dan nog een paar
dingen waarvan ik de naam nog niet gevonden heb.
O ja, en daartussen staan wel tuinbonen, erwten, snijbiet en sla.

Waar die paarden die mij hun mest geschonken hebben grazen, ik ga
daar beslist een keer een kijkje nemen, het moet toch wel bloemrijk
grasland zijn. Ik weet het, je kunt het allemaal beschouwen als
¨onkruid¨. Maar in wezen zijn het pionierplanten, die de aarde
voorzien van voedingsstoffen en een waterhuishouding, zodat wij daar
weer onze eetbare gewassen op kunnen telen.

Zo’n verscheidenheid aan pionierplanten (die houd ik erin) heb ik in
de vier jaar dat ik tuinier, nog niet eerder meegemaakt. En ik ben er
blij mee. Als ik mijn augurken uit wil planten maak ik plek vrij en trek
ik wat uit. Dat belandt op mijn eigen mini composthoop en dat mag in
het najaar in gecomposteerde vorm weer terug op de tuin. Ik moet
mijn tuin ook water geven, net als iedereen, maar door al die wilde
planten is ze minder droog dan andere tuinen, heb ik het idee.

Diversiteit van plantengroei, of het nu om erwten, bonen of om
bloemen gaat, diversiteit is goed voor de grond, voor de planten en
voor de weerstand van de planten tegen schadelijke plagen. Zo heb ik
het gevoel dat ik op postzegelformaat een bijdrage lever aan het
verbeteren van de bodem, aan de instandhouding van gezonde
plantenrassen en aan een duurzame aarde. Veel meer kun je niet
verwachten van een tuinkabouter, maar minder ook niet.
Groeten van jullie eigen tuinkabouter.
Zie ook de website Jaar van de Bodem

__________________________